Frans van Gestel (Topkapi Films): “Investeer vooral in jong toptalent”

“Je kunt geen films blijven maken waar niemand naartoe gaat.” Deze uitspraak viel ruim een jaar geleden te lezen in het artikel Publiek negeert artistieke films uit De Volkskrant en kwam van Frans van Gestel, een van Nederlands meest gerenommeerde producenten bij Topkapi. Zelf probeert hij deze opmerking, gedaan tijdens een debat op het Nederlands Film Festival, ietwat te nuanceren. “Dat zal ik toen ongeveer wel zo gezegd hebben, maar de context ervan is dat je moet inzetten op toptalent. Ik ben daarnaast niet per se van mening dat iedere film die je maakt voor een zo groot mogelijk publiek moet zijn.” Frans van Gestel is 19 jaar werkzaam in de sector en produceerde zo’n 80 speelfilms, korte films en dramaseries. Bovendien was hij betrokken bij verschillende internationale coproducties, richtte in 1996 Motel Films op en zit in de raad van toezicht van het International Film Festival Rotterdam. Met hem een gesprek over de toekomst van de Nederlandse kunstzinnige film, kritiek op het Filmfonds en investeren in nieuw talent. “Het geldt niet alleen voor Nederland dat het slecht gaat met de arthousecinema, maar ook internationaal. In andere landen zijn die problemen minstens zo groot, zo niet groter.”

people_012
Frans van Gestel. Bron: Topkapi.nl

Onderschrijft u wel, ondanks het afzwakken van uw uitspraken tijdens het Filmfestival, dat de productie van Nederlandse arthouse over een andere boeg moet worden gegooid?
Een deel van de films die wij produceren zijn auteursfilms, en worden gemaakt door extreme talenten die dat met ons en de wereld willen delen. Daar kan je niet het uitgangspunt ‘er moet zoveel mogelijk publiek naartoe’ bij nemen. Het proces dat komt kijken bij het maken van zo’n kunstwerk zou je daarmee kapotmaken. Alleen lijkt er in deze tijd een steeds grotere scheiding te komen tussen arthouse films en omvangrijke producties die vaak branding zijn, waarbij veel en heel weinig mensen naartoe gaan. We moeten de kunstzinnige films blijven maken, dat is ook heel belangrijk als broedkamer van de industrie en voor innovatie. Maar je moet daarbij inzetten op toptalent. Dat zijn diepte-investeringen, en geen breedte. Mensen die minder getalenteerd zijn moeten toegankelijkere films maken.

Wat verstaat u precies onder toegankelijk?
Dat is natuurlijk een lastig te omschrijven term. Je kan totaal op de knieën gaan voor je publiek, het verhaal dat je wilt vertellen maak je dan zo toegankelijk mogelijk door de identificatie en emotie net wat breder te leggen. Zo weet je zeker dat er een substantieel aantal mensen naar je film gaat. Wanneer je investeert in de diepte geef je een aantal mensen hele grote vrijheid om zichzelf te ontwikkelen als filmauteur. Het is echter niet zoals 20 jaar geleden dat iedereen dat maar kan gaan doen. Zo’n industrie kan dat gewoon niet opbrengen.

Zouden de uitzonderlijke talenten waar u het over heeft niet juist in staat zijn om pure arthouse naar het grote publiek te krijgen?
Nee, maar dat mag ook nooit de bedoeling zijn. Het grote talent dat echt in de arthousehoek zit moet zich gewoon als filmmaker ontwikkelen en dat doen waar ze goed in zijn. Maar in die ontwikkeling moeten ze niet gedwongen worden om het zo toegankelijk mogelijk te maken. Neem bijvoorbeeld de grote films die op Cannes werden gedraaid. Als je het script van Youth van Paolo Sorrentino leest, dan neem ik aan dat je je afvraagt hoeveel mensen die film bezoeken en wat het nou precies gaat worden. Ook bij Son of Saul van de Hongaar László Nemes is voor een bepaalde vormgeving en stijl van filmen gekozen. Het bleek heel moeilijk om die productie te financieren. Beide voorbeelden laten geen makers zien die bezig zijn om hun film zo toegankelijk mogelijk te maken.

Wat vindt u van de kritiek op het Filmfonds dat zij jonge makers in de weg zitten met teveel adviezen?
Dat vind ik totaal onterechte kritiek, omdat het Filmfonds zich niet op zo’n manier bemoeit met een productie. Zij moeten uit handen van hun eerlijke, democratische instelling en statuten ook voorstellen afzonderlijk bekijken. Mijn idee waarbij we zeggen: ‘jij bent heel talentvol en mag twee of drie films gaan maken’, is in een land als Nederland natuurlijk totaal oneerlijk. Maar zo ontwikkel je dus wel in de diepte en moet je niet iedere keer weer opnieuw beginnen wanneer er een fout wordt gemaakt. Het Filmfonds valt daar relatief weinig in te verwijten. Al denk ik dat een systeem met consulenten, waarbij je voorstellen niet door een commissie laat beoordelen maar door een persoon best tot de mogelijkheden behoort. Zo’n persoon kan dan zeggen: ik zet in op een bepaald talent en niet alleen maar op het script.

10651600313_5c9fc4663d_o
Paolo Sorrentino op de set van La Grande Bellezza. Bron: Flickr.com

Hoe ziet u de verdere werkwijze binnen zo’n systeem precies voor u?
Dat je op een andere manier de voorstellen gaat beoordelen. Kijk je bij een film als Youth alleen naar het script of ook naar de criteria of het qua thematiek, opzet en cast interessant is? Sorrentino is natuurlijk wel een gevestigde maker in dit verband, maar het is een manier van kijken naar talent waarbij men de ruimte krijgt om zich verder te ontwikkelen.

 

Wat vind jij? Moet er een filmtalentensysteem naar het idee van Frans van Gestel worden ingevoerd? Laat het weten in een reactie hieronder!

Bron header: Topkapi.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s